Maarten van der Weijden | Olympisch zwemkampioen
'De echte helden zijn de mensen achter de schermen'
Zeven jaar geleden kreeg marathonzwemmer Maarten van der Weijden
(27) acute leukemie. Een agressieve vorm van kanker, waarvan
slechts vier op de tien mensen geneest. Hij onderging een
stamceltransplantatie bij dr. Huijgens. Met succes: afgelopen zomer
won Maarten van der Weijden voor het oog van de hele wereld
Olympisch goud op het onderdeel tien km open water zwemmen. Toch is
hij bescheiden over zijn aandeel in het succes.
Hij doelt op de artsen en onderzoekers die ervoor hebben gezorgd
dat er een behandeling voorhanden was. "Toen ik ziek werd heb ik
zelf niet veel gedaan. Ik ben op een ziekenhuisbed gaan liggen,
onderging de behandelingen en vertrouwde volledig op de
deskundigheid van de artsen. Vooral hoofd van de afdeling
hematologie van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, is de
belichaming van mijn herstel. Als hij niet tientallen jaren met
enorme toewijding onderzoek had gedaan naar stamceltransplantatie,
dan was ik er nu misschien niet meer geweest", aldus Maarten.
Stamceltransplantatie
"Vlak voor het Wereldkampioenschap open water, acht jaar
geleden, kreeg ik opeens vreemde lichamelijke klachten. Ik was snel
moe tijdens de trainingen, had het benauwd en kreeg bloed in mijn
ogen. 'Even een pilletje halen bij de huisarts', dacht ik en het
komt wel weer goed. Maar het bleek acute leukemie te zijn. Ik ben
naar het VU Medisch Centrum in Amsterdam gebracht waar ik vier
chemokuren kreeg en een stamceltransplantatie."
Om alle kankercellen in zijn lichaam uit te roeien, kreeg hij
vier zware chemokuren. Het probleem was dat daarmee ook alle
gezonde stamcellen in zijn lichaam vernietigd zouden worden. Zijn
kansen om te overleven waren daardoor nihil. De enige oplossing was
een stamceltransplantatie. Er werden vóór de chemokuur goede
stamcellen uit zijn lichaam weggenomen en na de behandeling weer
teruggeplaatst. Deze therapievorm is niet de eerste behandelkeuze
en werkt ook niet bij iedereen. Bij Maarten gelukkig wel: "Het was
vreselijk zwaar, maar ik heb het geluk gehad dat ik voor honderd
procent herstelde."
Geluk
Sinds zijn overwinning wordt hij vaak vergeleken met wielrenner
Lance Armstrong. Maar die vergelijking neemt hij met een korreltje
zout. "We hebben allebei kanker gehad en zijn daarna sterk
teruggekomen als sporter. Toch ben ik anders. Armstrong zegt: 'Ik
heb gevochten tegen kanker en heb de ziekte overwonnen'. Dat zul je
uit mijn mond niet horen. Toen ik ziek werd heb ik zelf niet veel
gedaan. Ik ben op een ziekenhuisbed gaan liggen, onderging de
behandelingen en vertrouwde volledig op de deskundigheid van de
artsen. Ik vind het zelfs een riskante gedachte dat je door
positief te zijn, kunt bijdragen aan je herstel. Dat impliceert dat
mensen die het niet halen dat aan zichzelf te wijten hebben. In
mijn ogen is het een kwestie van geluk of de behandeling aanslaat
of niet."
Maarten van der Weijden blijft vooral nuchter over zijn succes
na het overwinnen van zijn ziekte. "Mensen vinden mijn verhaal
geweldig, omdat ik zo'n ernstige vorm van kanker heb gehad. Maar
waarom zou mijn kanker erger zijn dan die van iemand met darmkanker
of huidkanker? Voor mij bestaan er maar twee soorten: kanker
waarvan je geneest en kanker waaraan je dood gaat. Waar het kan
werk ik mee aan interviews, want ik merk dat mijn verhaal
kankerpatiënten hoop geeft en inspireert."
Helden
"Ik mag misschien een sportheld heten, maar de echte helden zijn
de mensen achter de schermen. Dat zijn de onderzoekers die ervoor
gezorgd hebben dat er een behandeling voorhanden was waardoor ik
kon genezen. Mijn < behandelend arts is een van mijn helden. En
natuurlijk professor L. Ik weet dat veel factoren een rol
hebben gespeeld, maar voor mij is deze professor de belichaming van
mijn herstel. Als hij niet tientallen jaren met enorme toewijding
onderzoek had gedaan naar stamceltransplantatie, dan was ik er nu
misschien niet meer geweest."