De argumenten om deel te nemen aan een trial kunnen objectief of
subjectief zijn. Onderstaand de argumenten die patiënten vaak geven
om mee te doen aan een trial. Een aantal van deze argumenten zou
ook voor u kunnen gelden.
Waarom doen patiënten WEL mee aan een trial?
- Door deelname aan de trial bestaat de kans dat u langer blijft
leven.
- De trial kan uitwijzen dat een veelbelovende behandeling
inderdaad effectief is.
- Door deelname aan een trial levert u een bijdrage aan het
wetenschappelijk onderzoek.
- In wetenschappelijke publicaties is vastgesteld dat
"gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek" de meest optimale methode
is om nieuwe therapieën te onderzoeken.
- Door deelname aan de trial krijgt u de garantie op betere
informatie, meer contact met het onderzoeksteam en langdurige
controle, ook na beëindiging van de trial.
- U verwacht meer van een nieuw middel dan van de bestaande
standaardtherapie.
- U vindt dat u niet kunt weigeren zelf deel te nemen omdat op
dit moment maar 5% van de patiënten, die voldoen aan de
toelatingscriteria, besluit om daadwerkelijk deel te nemen.
- U weet dat de mogelijk gunstige resultaten van een trial nog
niet ten goede komen aan uzelf, maar wel aan de volgende generaties
((klein)kinderen).
- U heeft het gevoel dat u geen andere keus heeft. U heeft
de (begrijpelijke) vrees niet te zullen overleven als u niet
meedoet.
Waarom doen patiënten soms NIET mee aan een trial?
- U vindt dat de informatie van de specialist niet duidelijk of
overtuigend is.
- U vreest dat juist dit onderzoek weinig bijdraagt aan een
eventuele nieuwe behandeling (het nieuwe medicijn is "oude wijn in
nieuwe zakken", bijvoorbeeld het zoveelste
chemotherapeuticum).
- U hebt al eens aan andere trials deelgenomen en daar negatieve
ervaringen mee opgedaan.
- U vindt dat uw persoonlijk voordeel bij deelname aan
fase I en II trials te gering is. Uit onderzoek is
gebleken dat 11% van de aan een trial deelnemende patiënten enige
tot aanzienlijke verbetering ondervindt van medicijnen die nog in
de testfase zijn; bij 34% blijven de ziekteverschijnselen stabiel,
er is dus geen verslechtering.
- U vindt dat - bij deelname aan fase I en II trials - de
ongewenste effecten de voordelen kunnen overtreffen.
- U hebt twijfels bij deelname aan gerandomiseerd fase III
onderzoek (randomisatie is het willekeurig toewijzen van deelnemers
aan de interventiegroep en de controlegroep) omdat:
- U het niet aankunt om in uw hoop en
verwachtingen teleurgesteld te worden als u zich aanmeldt en dan
toch uitgesloten wordt van behandeling;
- U het een angstige loterij met winnaars en
verliezers vindt;
- U niet de kans wilt lopen in de
controlegroep terecht te komen die een placebo krijgt
toegediend;
- U bang bent voor te lang uitstel van de
behandeling in verband met de bepaling van toelatingsfactoren of
check ups;
- U bang bent dat u niet weet wat u krijgt en
daardoor geen controle/inspraak meer heeft.
Bron: NFK